G-sleutelIn noten leren lezen voor beginners kwamen onder andere de volgende hoofdstukken aanbod: verschillende stamtonen op de notenbalk en welke notennamen er allemaal bestaan. Nu je dit weet is er nog steeds èèn probleem: “Welke nootnaam hoort nu eigenlijk bij welke stamtoon?”. Hiervoor heeft men een handig hulpmiddel bedacht, de ‘sleutels’. Deze sleutels zijn eigenlijk symbolen die op de notenbalk worden geplaatst om aan te geven hoe de verschillende noten heten. De belangrijkste sleutels om te weten zijn de: G-sleutel (vioolsleutel), F-sleutel (bassleutel) en de C-sleutel. Meestal krijgt elke notenbalk één sleutel aan het begin, maar soms maakt men ook gebruik van meerdere sleutels.

Bekijk het beste noten leren lezen boek
Meer informatie

De G-sleutel

Zoals eerder werd gezegd geven de sleutels aan welke tonen bepaalde noten krijgen. Zonder deze sleutels wordt het al erg lastig om te bepalen hoe hoog of laag er moet worden gespeeld/gezongen. Eén van de belangrijkste sleutels die men gebruikt is de G-sleutel, deze wordt hiernaast weergegeven.

Maar vanwaar de naam ‘G-sleutel’? Dit heeft namelijk met de functie te maken, omdat deze sleutel aangeeft waar de ‘G’ noot ligt op de notenbalk. Om zo’n G-sleutel te schrijven begin je onder aan met een bolletje en eindig je met een krul op de tweede lijn (van onderaf geteld) van de notenbalk. Nu weet je dat de stamtoon ‘G’ hoort bij de noot op de tweede lijn. Hierdoor kun je ook alle andere noten bepalen aan de hand van de zeven stamtonen gebaseerd op het alfabet. De sleutel kun je ook wel zien als een beginpunt op de notenbalk. Zo begin je bij de G-sleutel altijd op de tweede lijn met de stamtoon ‘G’, maar bij een andere sleutel is dit weer heel anders. Tot nu toe zullen deze sleutels nog erg ingewikkeld voor je zijn, maar wanneer je ze vaker tegenkomt wordt de functie al snel wat duidelijker.

De F-sleutel

Naast de G-sleutel is er nog een veel gebruikte sleutel. We hebben het dan over de F-sleutel, welke bedoeld is voor de lage noten op de notenbalk. Als we een G-sleutel zouden gebruiken voor deze lage noten, komen ze onder de notenbalk te staan. Dit probleem is makkelijk te verhelpen met de F-sleutel, welke de lage noten verschuift naar boven. Nu alle lage noten in het midden van de notenbalk staan kun je deze veel beter lezen.

F-sleutelWe kunnen concluderen dat de G-sleutel is bedoeld voor de hoge tonen en de F-sleutel voor de lage. Hiernaast zie je hoe deze F-sleutel eruit ziet op de notenbalk. Net als bij de G-sleutel bepalen we eerst waar de sleutel wordt geplaatst. Bij de F-sleutel doen we dit aan de hand van de twee puntjes. Tussen deze twee puntjes moet namelijk de vierde lijn liggen van de notenbalk. Nu weten we dat een noot op de vierde lijn de stamtoon ‘F’ krijgt. Ook kunnen we weer bepalen welke benaming bij welke noot hoort.

De C-sleutel

C-sleutelIn vergelijking tot de andere twee sleutels is de C-sleutel veel minder bekend. Deze sleutel wordt ook wel aangeduid met do- of utsleutel. Wanneer men de C-sleutel op de notenbalk plaatst wordt de stamboon ‘C’ omgezet naar de eengestreepte c. Hiernaast zie je dat de lijn door het midden van de C-sleutel loopt. Daarnaast kan deze sleutel op elke willekeurige lijn worden geplaatst. Ook verandert de naam van de C-sleutel afhankelijk van de gekozen lijn, zie hieronder de verschillende mogelijkheden:

  • Eerste lijn: opraansleutel
  • Tweede lijn: mezzosopraansleutel
  • Derde lijn: altsleutel
  • Vierde lijn: tenorsleutel
  • Vijfde lijn: baritonsleutel

Net als bij de andere sleutels heeft de C-sleutel een soortgelijke functie, deze geeft namelijk de ‘C’ noot weer op notenbalk. In vergelijking tot de F-sleutel, wordt de C-sleutel ook gebruikt voor de lagere noten.

Gebruik van sleutels

Hieronder is precies te zien hoe de sleutels eruit zien en welke locatie ze hebben op de notenbalk. Door de sleutels kan de pianist precies weten welke toon hij/zij moet spelen bij de noten. Tijdens het spelen is het ook erg belangrijk dat je de notennamen kent, zodat je door middel van de sleutels elke andere noot eenvoudig kunt vinden. Ook is het vinden van de ‘centrale C’ erg belangrijk om goed noten te kunnen lezen. Bij de G-sleutel ligt deze centrale C èèn lijn onder de notenbalk en bij de F-sleutel èèn lijn erboven.

gebruik van sleutels

Maar wanneer maak je nou gebruik van welke sleutel? Je kunt onderscheidt maken tussen de hoge en lage noten, maar meestal mag je gewoon zelf bepalen welke sleutel je gebruikt voor het maken van bladmuziek. Het belangrijkste is namelijk dat men begrijpt welke toon hoort bij de noten op papier. Bij veel verschillende noten kun je altijd nog wisselen van sleutels.

Wanneer wissel je van sleutel?

Een notenbalk kan meerdere sleutels hebben, wanneer er zowel veel hoge als lage noten in voorkomen. Als we in dit geval alleen maar gebruik maken van èèn bepaalde sleutel, wordt het geheel al snel onleesbaar. Daarom kiest men ervoor om te wisselen van sleutel, meestal gebeurt dit in het midden van de notenbalk. Deze zogenaamde ‘sleutelwisseling’ kan vaker voorkomen om de noten binnen de lijnen te houden.

Sleutels
5 (100%) 8 votes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *